1. Stel je voor: je bent in je jeugd opgevoed met een groot respect voor de ouderen en daarom heb jij je leven lang verheugd op het respect dat je ten deel zal vallen als je oud bent Dan kom je echter als je zelf oud bent op een pijnlijke manier tot de ontdekking dat de generaties na je minder respect hebben voor de oudere.
  2. Stel je voor: Je hebt een oude heel goede vriend jaren niet gezien en je ontmoet hem bij het benzinestation en hij begint zonder iets te vragen meteen over het voetbal van gisteravond.
  3. Stel je voor: Je hebt een hekel aan het kabaal dat de grasmaaier van de buren maakt en omdat de buurman er altijd een half uur over doet om het gras te maaien ga je een half uurtje fietsen. Als je terug komt is de buurman echter niets verder gekomen want hij heeft al die tijd staan praten met een bekende.
  4. Stel je voor: Je laat een prachtig hek voor je oprit neerzetten wat met een afstandbediening open gaat. Op een keer kom je aanrijden terwijl er net veel buren buiten zijn. Je wilt het hek openen door middel van de afstandbediening maar dan blijkt de elektriciteit uitgevallen te zijn en blijft het hek dus hermetisch dicht en daar sta je dan met de afstandbediening in de handen te kijken.
  5. Stel je voor: Je gaat naar de slager in de rotsvaste overtuiging dat op maandag de hamburgers in de aanbieding zijn. Je bestelt er twintig en legt met een zweem van superioriteit (kijk mij de slager eens tuk hebben) het afgepaste geld op de toonbank. Dan wijst de slager je er fijntjes op dat die aanbieding alleen op de dinsdag geldig is.
  6. Stel je voor: Je bent notaris in een kleine plaats en hebt voor het oog van de wereld een perfect huwelijk. Je hebt echter sterke homoseksuele gevoelens en kijkt regelmatig homoporno. Op een avond blijft echter de videoband vast zitten in de net aangeschafte videorecorder. Je moet, mede onder druk van je vrouw: “Wij hebben die videorecorder net”, wel met de videorecorder met de band er nog in terug naar de winkel. Als je hem een week later weer op komt halen staan de winkelbediendes je met een grote grijns op te wachten.
  7. Stel je voor: Je geilt al jaren op een prachtig mooie vrouw bij jou in het dorp. Regelmatig probeer je haar in de plaatselijke bar te versieren, maar zij zegt iedere keer doodleuk: “Als ik met jou iets wil dan moet ik wel erg dronken zijn”. Op een avond tref je haar echter en dan blijkt ze inderdaad behoorlijk aangeschoten te zijn. Nu gaat ze wel op je avances in en als je net in het bed wilt stappen waarin zij al ligt te wachten zie je ineens onder haar een rode vlek in het laken: Ze blijkt net ongesteld te zijn geworden.
  8. Stel je voor: Je woont aan een drukke weg waar flink hard gereden wordt. Na jaren klagen bij de gemeente wordt er van dat stuk weg voor je huis een 30km weg gemaakt. Er komen drempels in te liggen om de automobilisten tot een matige snelheid te dwingen. Wat blijkt echter. Na de eerste drempel trekken veel automobilisten met veel kabaal op om maar zo snel mogelijk bij de volgende drempel te zijn. Precies op de plek waar jij woont blijkt de daardoor ontstane geluidsoverlast het ergste te zijn en deze herrie stoort je meer dan dat het originele kabaal deed.
  9. Stel je voor: Je bent doodsbang voor de tandarts. Er breekt een flink stuk kies af en je moet er vanwege de pijn wel heen. Na dagen twijfelen raap je op een dag al je moed bij elkaar en strompelt half overspannen van de angst naar de praktijkruimte. Als door de bliksem getroffen sta je vervolgens stil want er hangt een briefje: Vandaag geen spreekuur vanwege ziekte.
  10. Stel je voor: Je spreekt iemand die je nog niet eerder ontmoet hebt op een feestje en die persoon blijkt hevig geboeid door jou en je leven. Je praat meer dan drie uur intensief met hem en hij wil van iedere levensfase het fijne weten. Als goede vrienden neem je afscheid. De volgende dag kom je hem weer op straat tegen en dan herkent hij je niet meer en wandelt na je enthousiaste groet niet begrijpend verder.
  11. Stel je voor: Je werkt veertig jaar bij dezelfde baas en krijgt een lintje en een toespraak van de burgemeester. Daarin zegt deze onder andere dat de maatschappij drijft op mensen als jij en dat je ieders respect meer dan verdient. De volgende dag kom je de burgemeester tegen. Hij werpt een blijk op je en loopt je met een arrogante kop en de neus in de wind straal voorbij.
  12. Stel je voor: Je gaat naar Oostenrijk voor drie weken vakantie. Je denkt van te voren dat je na een druk en vermoeiend jaar eindelijk een beetje tot rust kunt komen. Na een lange en slopende reis (veel files) kom je eindelijk aan bij het huisje wat je gereserveerd hebt. Eenmaal aangekomen blijkt echter dat ze het asfalt van de weg waaraan dat huisje gelegen ligt aan het vervangen zijn en je zit dus drie weken in het stof en in de herrie.
  13. Stel je voor: Na jaren van ploeteren en sparen kun je eindelijk de sportwagen van je dromen kopen. Je rijdt ermee weg bij de garage en botst mede vanwege de onwennigheid op het eerste het beste kruispunt tegen een vrachtwagen op. Je bent all-risk verzekerd dus de bittere pil valt wel mee denk je, maar als je de verzekeringsmaatschappij belt, blijk je daar helemaal niet bekend te zijn.
  14. Stel je voor: Je gaat na jaren gespaard te hebben eindelijk op reis naar Nepal. Je zet de wekker extra vroeg want je moet op tijd op schiphol zijn. Dan blijkt echter die nacht de elektriciteit even uitgevallen te zijn geweest waardoor de wekker “vergeten” is je te wekken.
  15. Stel je voor: Je gaat één keer per jaar eten in een heel duur en exclusief restaurant. Je krijgt een prachtige tafel aan het raam. Als het eten geserveerd wordt komt er een groep jongelui voorbij, waarvan er enkelen flink aangeschoten zijn. Pal voor je raam beginnen er twee over te geven en je krijgt vervolgens geen hap meer naar binnen.
  16. Stel je voor: Je ziet al vanaf je jeugd op tegen een eventuele bevalling. Als je vele jaren later zwanger wordt weet je niet waar je het zoeken moet van de angst. Je dokter schrijft je zelfs pillen voor om die angst wat te kunnen beteugelen. Je voelt je als een wrak tegen de tijd dat je uitgeteld bent en dan blijkt dat je vanwege complicaties een keizersnee krijgt.
  17. Stel je voor: Je loopt met een stel vrienden hard in het bos, als je een enorm hautaine kakker op een paard tegenkomt. Je bent in een jolige bui en beschermd door je vrienden zeg je tegen de ruiter: “De lul die erop zit hoort er eigenlijk onder te hangen”. Dodelijke blikken van de ruiter zijn je deel en je vrienden lachen zich blauw. De volgende dag heb je een sollicitatiegesprek en de personeelschef blijkt die “lul” van gisteravond zijn en hij begroet je met een minzaam: “We kennen elkaar geloof ik of vergis ik me?”.
  18. Stel je voor: Je bent een kleine aandeelhouder en bezoekt een aandeelhoudersvergadering van een groot internationaal concern. Je herinnert de bestuursvoorzitter voorzichtig aan een vorig jaar gedane toezegging die echter niet uitgevoerd werd. Na je vraag word je hautain toegevoegd: “Dat vind ik niet relevant, volgende vraag”
  19. Stel je voor: Je zit in een vergadering en gebruikt op een bepaald moment een term die heel erg in zwang is. Die term is: Transparant. Je hebt hem nog niet uitgesproken of iedereen begint uitzinnig te lachen en gieren. Wat blijkt: Gisteren is in een satirisch televisieprogramma het gebruik van die term op een verschrikkelijke manier belachelijk gemaakt. Jij blijkt de enige in de vergadering die dat programma niet gezien heeft.
  20. Stel je voor: Je bent een fervente dierenactivist en vooral voor een speciale soort ijsberen welke bedreigd worden met uitsterven span jij je bovenmatig in. Je bezoekt op een vakantie de plek waar deze dieren nog in het wild voorkomen en wordt vervolgens door zo’n beer aangevallen en gedood.

21.Stel je voor: Je bent al jaren een psychiatrische patiënt. Je solliciteert bij een geestelijk gezondheidscentrum en tot je grote vreugde wordt je aangenomen. Het enige wat je verbaast is dat je alleen maar mee hoeft te draaien in enkele patiëntengroepen. Op een dag wordt alles je echter duidelijk: Je werkt er niet, maar wordt er verpleegd.

  1. Stel je voor: Je woont in een huis diep in het bos. Aan het begin van de oprijlaan zet je een bordje neer met: Verboden toegang, want je wilt geen wildvreemden bij je huis hebben. Op een keer passeert er net een politiewagen als je je oprijlaan indraait. Tot je ontzetting verbaliseert de dienstdoende agent je omdat je een weg inrijdt waar aan het begin een bordje met verboden toegang staat.
  2. Stel je voor: Je huis staat al jaren te koop en je trekt amper gegadigden. Eindelijk meldt de makelaar zich met een potentiële koper. Op de ochtend voorafgaand aan de bezichtiging krijg je een bijna ongeluk met een fietser die gewoon voorrang (ik ben toch beschermd door de wet) neemt. Je weet nog net een botsing te voorkomen en vliegt je auto uit en scheld die fietser de huid vol. Een uur later komt de makelaar met de gegadigde voor je huis op de proppen. Het blijkt de fietser van vanmorgen te zijn en deze zegt zonder verder te kijken: “Ik heb het al gezien”.
  3. Stel je voor: Je hebt je hele leven al het gevoel dat er een groot schrijver in je huist. Je wilt eindelijk een roman schrijven en om je goed te kunnen concentreren ga je naar het reisbureau en vraagt om een totaal afgelegen vakantiewoning in de bergen zodat je door niets en niemand gestoord kunt worden. Als je later in de winter door de plaatselijke verhuurder naar je rustig gelegen chalet wordt gebracht zegt deze dat je in ieder geval geen last zult hebben van de buren, want het dichtbijstaande huis ligt op zeker 6 kilometer afstand. Om je op te frissen van de reis ga je meteen onder de douche. Als je de shampoo wilt pakken schiet je te binnen dat je toilettas nog in de auto ligt. Je wilt eerst even wat aantrekken, maar bedenkt je dan dat er niemand in de buurt kan zijn en loopt naakt naar de auto om de toilettas te pakken. Door een plotselinge windvlaag waait echter de deur waardoor je naar buiten gelopen bent dicht en in het slot. Er staat verder geen deur of raam open en je ziet de autosleutels en je mobieltje op de tafel in het keukentje liggen terwijl het langzaam maar zeker donker en koud begint te worden.
  4. Stel je voor: Je bent in de winter op vakantie in Zweden. Je loopt een aangegeven route van blokhut naar blokhut welke door onbewoond gebied gaat. Tegen het einde van de middag loop je verkeerd en je kunt met geen mogelijkheid de route meer terugvinden.
  5. Stel je voor: Je zwemt in zee en bent een eind van het strand terechtgekomen. Je bent doodmoe en hebt last van kramp. Ten einde raad zwaai je naar de enige persoon die zich op het strand bevindt. Hij kijkt nog eens goed, zwaait vriendelijk terug en vervolgt dan zijn weg.
  6. Stel je voor: Je neemt een binnendoorweg over een berg die dwars door het bos loopt. Je hebt een baby en een kleuter bij je die allebei moe zijn en behoorlijk zitten te jammeren en huilen. Het regent, hagelt en stormt. Op een bepaald moment ligt er een boom dwars over de weg. Je baalt en wilt omdraaien om zo via de weg terug thuis te komen. Op het moment dat je echter de auto moeizaam gedraaid hebt valt er vlak voor je een grote boom dwars over de weg en je kunt geen kant meer op.

28.Stel je voor: Je bent op vakantie en komt in het donker op een grote camping terecht. Je zet de tent op, stalt de auto buiten de camping en drinkt met je vrienden een paar biertjes en gaat laat naar bed. Midden in de nacht moet je opeens dringend naar de W.C. Het stortregent, hagelt en stormt maar je weet na veel zoeken het toilet te vinden. Je wordt na het W.C. bezoek plotseling misselijk en moet verschrikkelijk overgeven. Je staat te tollen op je benen en bent helemaal duizelig. Als je even later je tent probeert terug te vinden lukt dat je absoluut niet.

  1. Stel je voor: Je interviewt voor een blad een als zeer agressief bekend staande seriemoordenaar die de gewoonte heeft zijn slachtoffers met de blote hand te vermoorden en rauw placht op te eten. Je bevindt je in één ruimte met hem en er zijn drie bewakers bij. Plotsklaps gebeurt er iets op de gang waardoor twee bewakers de ruimte verlaten. Er klinken schoten en ineens valt er een dodelijke stilte. De derde bewaker begeeft zich ook naar de gang en dan valt plotseling de stroom en daarmee het licht uit.
  2. Stel je voor: Je vindt een radiozender die een paar uur voorloopt op de feiten. Je hoort onder andere uitslagen van voetbalwedstrijden die in werkelijkheid nog gespeeld moeten worden. Het klopt echter altijd en daarom probeer je een gokje te wagen. Je zet je hele vermogen in op een wedstrijd en dan blijkt het voor de eerste keer niet te kloppen.
  3. Stel je voor: Je ziet in de stromende regen iemand met autopech staan. Je kunt een glimlach van leedvermaak amper onderdrukken. Op hetzelfde moment begint je motor te stotteren en even later slaat hij af en je krijgt hem met geen mogelijkheid meer aan de praat.
  4. Stel je voor: Je knapt een aftandse oldtimer helemaal op, je bent er jaren druk mee en als je dan eindelijk op een zomerse zondag er voor het eerst een stukje mee wilt rijden rij je uitgezwaaid door opgetrommelde vrienden en buren weg. Na luttele meters wordt de auto echter total loss gereden door een onder invloed verkerende automobilist in een gammele auto.
  5. Stel je voor: Het is november en je doet er drie hele dagen over om je tuin bladvrij te maken. Als je klaar bent kijk je met een scheef oog naar de tuin van de buren waar al het blad nog ligt. Je lacht een beetje meewarig over het karwei wat de buren nog wacht en stapt moe maar voldaan je huis binnen. Die nacht begint het te stormen en tot je verbijstering zie je de volgende ochtend dat al het blad van de buren in jouw tuin is gewaaid. Als je de krant uit de postbus wilt halen doet op dat moment je buurman hetzelfde en hij voegt je terloops toe dat je het blad uit de tuin wel eens mag opruimen.
  6. Stel je voor: Je bent aan het bladblazen in je tuin en vanwege het feit dat je energie en tijd over hebt blaas je ook de tuin van de buren schoon. Als je klaar bent komt de buurvrouw naar buiten toe. Je rekent op een complimentje maar zij voegt je bits toe: “Wat maak je toch een rotherrie”.
  7. Stel je voor: Je gaat op vakantie voor de tweede keer binnen een paar dagen uit eten in een exclusief en duur restaurant. Na het eten krijg je de rekening, betaalt deze en stopt hem in je binnenzak. Dan vraagt je partner wat je eigenlijk moest betalen voor die extra salade welke je had besteld. Je vist de rekening uit je binnenzak en ziet dat er helemaal niets van klopt. Op hoge poten en met veel misbaar been je midden in het drukke restaurant naar de serveerster en laat haar de bon zien en eist met wilde gebaren en op schreeuwerige toon genoegdoening. Dan wijst ze je met een glimlach op de datum van de rekening. Je hebt per abuis de rekening van enige dagen terug uit je binnenzak getoverd.
  8. Stel je voor: Je hebt net een nieuwe grap gehoord op je werk en die gaat als volgt: Je vraagt iemand: “Mag ik mijn buurvrouw neuken?”. Steevast zegt dan de aangesprokene: “Jawel hoor, je gaat je gang maar”, waarop degene die de vraag stelde zegt: “Goed, dan kom ik naast je wonen”. Na een competitiewedstrijd op de tennisclub zit je genoeglijk met de tegenstander wat te borrelen. Na een paar drankjes ben je in de stemming om die grap te vertellen en je doet het tegen één van de tegenstanders. Die kijkt na de grap pijnlijk getroffen, want hij heeft net enige weken terug zijn vrouw begraven.
  9. Stel je voor: Je zit in het buitenland in een cafeetje koffie te drinken en vindt het niet bepaald een gezellige gelegenheid. Als je 1,90 moet betalen, geef je geen fooi en zegt tegen je vrouw: In deze ballentent geef ik geen fooi”. De ober reageert vervolgens met het dodelijke: “Oh, U bent Nederlander”.
  10. Stel je voor: Je komt op straat een oude vlam tegen die je jaren niet gezien hebt. Je hebt maar kort verkering met haar gehad, maar denkt nog regelmatig en met veel plezier aan haar terug. Je begroet haar heel enthousiast, maar zij weet totaal niet meer wie je bent.
  11. Stel je voor: Je spreekt een keer een vriend die zo’n beetje alles aan je afkraakt. Je krijgt er een behoorlijke opdonder van en spoed je naar een vriendin die je altijd heel veel gesteund heeft. Je vertelt haar wat die ander allemaal aan verwijten had en zij reageert met het dodelijke: “Ik vrees dat hij gelijk heeft”.
  12. Stel je voor: Je hebt je hele leven als een overtuigd en vroom christen geleefd. Na de dood kom je aan gene zijde en vraagt de dienstdoende engel naar God. Na enig weifelen zegt deze: “Daar hebben meer zielen naar gevraagd, maar hij is hier niet bekend” en voegt er troostend aan toe: “U moet immers niet alles geloven wat de mensen beweren”.
  13. Stel je voor: Je vrouw gaat zelden een avond weg, maar als ze dat doet, dan neem je het ervan. Je huurt dan ook een harde natuurfilm. Net als je vrouw weg is en je de videoband op wilt zetten gaat de bel. Het zijn je schoonouders, waarbij je schoonmoeder uitroept: “We dachten hij zal zich wel vervelen dus daarom komen wij je de hele avond gezelschap houden”.
  14. Stel je voor: Je gaat naar de bioscoop naar een seksfilm. Je hebt je er de hele week al op verheugd en bent er helemaal voor in de stemming, maar juist als het eerste bloot in beeld komt breekt de film en blijkt niet meer te repareren.

43.Stel je voor: Je hebt een goede vriendin die al jaren met een depressie kampt. Je steunt haar al die tijd. Iedere week bezoek je haar, hoort haar klaagzangen aan en probeert haar wat op te beuren. Het kost je veel energie, kracht en moeite, maar je wilt haar niet laten vallen. Op een keer kan je vriendin niet op de tijd en dag dat jij gewoon bent langs komen. Ze voegt je semi-begrijpend toe: “je zult het wel niet leuk vinden, maar volgende week kan ik niet” en geeft je het gevoel dat zij jou al die jaren een plezier deed.

  1. Stel je voor: Je bent leraar op een basisschool en op een ouderavond leer je de ouders van een leerling kennen. Ze blijken bij je in de buurt te wonen en groeten je vanaf dat moment altijd zeer enthousiast alsof je een goede vriend bent. Dat verandert echter als hun zoontje overgaat naar een hogere klas. Vanaf dat moment keuren ze je geen blik meer waardig en lopen je steevast straal voorbij.
  2. Stel je voor: Je bent doktersassistente en niemand vraagt aan jou hoe het met jou gaat.
  3. Stel je voor: je bent werknemer van de gemeente en bent aan het bladblazen op straat. Je ziet dat er in een tuin veel blad ligt, hebt een goede bui en besluit die tuin gewoon even mee te pikken. Als je net begonnen bent komt de vrouw des huize parmantig op je afgelopen. Je rekent op complimenten en koffie, maar zij voegt je hautain toe: “Wilt u wel eens maken dat u mijn tuin uit komt”.
  4. Stel je voor: Je bent psycholoog en hebt een cliënt die het zichzelf in het leven behoorlijk moeilijk maakt. Ze voelt zich al jaren niet goed en bijna alles wordt negatief tegemoet getreden. Ook over de therapie heeft ze haar twijfels en de relatie tussen jullie ontwikkelt zich dusdanig dat het er de schijn van heeft dat zijn jou een plezier doet om door te gaan met de behandeling. Als na een lange tijd eindelijk blijkt dat het beter met haar gaat zeg je bewust: “Goed dat we(dat woord benadruk je) doorgegaan zijn met de therapie”. Zij reageert bijna gapend met het verschrikkelijke: “Ach, een kwestie van volhouden”.
  5. Stel je voor: Je bezit een prachtige Porsche en hebt dit pontificaal voor een vol terras geparkeerd. Om het kwartier sta je op van je terrasstoel en pakt met veel vertoon een sigaret of iets anders uit je auto. Bewonderende en jaloerse blikken zijn je deel. Als je na een paar uur met veel misbaar en een minzame uitdrukking op je gezicht wilt vertrekken, wil de auto niet starten.
  6. Stel je voor: Je rijdt met je dure cabriolet door een achterstandswijk en je houding frustreert enkele allochtone jongeren die naar je schreeuwen en hun middelvinger opsteken. Je lacht superieur terug en steekt eveneens je middelvinger op. Vervolgens slaat de motor af en wil deze absoluut niet meer starten. De jouwende jongelui naderen je gewapend met knuppels, kettingen en bloeddoorlopen ogen.
  7. Stel je voor: Je gaat met een vriend stappen in een plaats iets verderop. Je gaat met de motor, parkeert deze en hangt je helm aan de motor met een speciaal slot. Als je naar huis wilt zet je met een zwierig gebaar de helm weer op je hoofd en dan blijkt er iemand in geürineerd te hebben.
  8. Stel je voor: Je hebt aan iemand die bij je in de buurt woont een afgrijselijke hekel. Je kunt zijn bloed wel drinken en dan blijkt je allerbeste vriend ineens innig bevriend te zijn met dat figuur.
  9. Stel je voor: Je koopt een huis met een rieten kap. Je neemt een goede en grote brandblusser om een eventuele brand afdoende te kunnen bestrijden. Na tien jaar blijkt bij controle dat deze brandblusser vervangen moet worden. De volgende dag zal deze geleverd worden. Tot overmaat van ramp breekt juist die avond brand uit en weigert de brandblusser -inderdaad- dienst.
  10. Stel je voor: Je hebt er een gewoonte van gemaakt om als je een voorrangsweg nadert en er komt juist een auto aan om dan net te doen alsof je niet stopt. De verschrikte reacties van de betrokken automobilist bezorgen je steevast veel plezier, totdat je het op een keer weer wilt doen en dan blijken de remmen niet meer te werken.
  11. Stel je voor: Je speelt op je gitaar op straat en doet ontzettend je best en slooft je echt uit. Dan komt er iemand langs en die geeft je vijftig euro. Je kijkt hem verbaasd aan en hij zegt onverbiddelijk: “Dat is voor jou, als je er onmiddellijk mee stopt”.
  12. Stel je voor: Je speelt in het eerste team van de plaatselijke voetbalclub. Tijdens een wedstrijd speel je de sterren van de hemel. Je scoort zeven keer en bijna iedere actie lukt je. Het publiek scandeert luidkeels je naam. Als je later de kantine betreedt slaat bijna iedereen je joviaal op je schouders en je naam is op iedereens lippen. Dan zie je plotseling iemand in een hoek staan die je kent van de lagere school en jaren niet gezien hebt. Bedwelmd door de stemming loop je enthousiast naar hem toe en zegt: “Hallo alles goed?”. Net tijdens het antwoord van de jeugdvriend vallen de gesprekken even stil, zodat iedereen hem hoort zeggen: “Pardon, ken ik u?”.
  13. Stel je voor: Je staat in een rij bij de kassa in een supermarkt. Een klant heeft maar één artikel en vraagt of hij voor mag gaan. Je bent niet bepaald in een plezierige stemming en schudt daarom hardnekkig en minzaam met je hoofd. Die klant gaat schoorvoetend achter in een rij bij een andere kassa staan. Dan gaat plotseling de kassa waarvoor je staat te wachten kapot en deze blijkt niet te repareren. Schuchter sluit je achter in de rij aan, waarin de klant staat welke jij zo-even voorrang weigerde, juist voor jou staat.
  14. Stel je voor: Je gaat op vakantie met de auto naar Zweden. Vanuit Vlissingen ga je met een boot die eenmaal per week op Zweden vaart. Op de dag van afvaart ben je ruim op tijd in Vlissingen. Je gaat nog even de stad in en op het moment dat je met de auto naar de boot wilt rijden blijkt dat deze klem gezet is door een ander, die met geen mogelijkheid is op te speuren.
  15. Je speelt op een gokautomaat waarbij de barkeeper de uitbetaling doet. Het gaat geweldig goed en scoort zo’n 450 punten wat goed is voor circa 225 euro. Net op het moment dat je de barkeeper roept om deze de stand te tonen en hem te laten uitbetalen, valt de stroom uit en staat, als deze weer ingeschakeld is, de teller op nul.
  16. Je leeft al jaren in onmin met een man die vlak bij je woont. Het is een soort van ruzie zonder dat er werkelijk iets onplezierigs is voorgevallen. Ondanks het feit dat je deze man vaak tegen komt groeten jullie elkaar nooit, totdat je hem een keer tegenkomt en je meent te zien dat hij in een zachtmoedige bui verkeert. Hij maakt een beweging waaruit jij opmaakt dat hij je wil groeten en je zwaait enthousiast (je wilt diep van binnen toch eigenlijk wel van deze controverse af) terug. Enkele tellen later bleek echter dat hij zijn hand alleen maar opstak om zijn pet recht op zijn hoofd te zetten. Nog net kun je in het voorbijgaan zien dat er een cynisch lachje om zijn mond speelt.
  17. Stel je voor: Je auto vertoont een mankement. In plaats van rustig stationair te draaien, loeit hij bijna vol gas. Je gaat er mee naar de garage en komt vast te staan, pal voor een tjokvol terras bij een stoplicht dat op rood blijft staan.
  18. Stel je voor: Je koopt een huis dat nummer dertien als huisnummer heeft. Bijna iedereen raadt het je af, maar hautain negeer je hun goedbedoelde raad. Je woont er nog geen dag of er wordt ingebroken en de volgende dag valt er een grote boom boven op het huis.
  19. Stel je voor: Je ziet een auto het kanaal inrijden. Je bedenkt je geen moment en springt het water in en red de enige inzittende, waarbij het lijkt of hij zelfs een beetje tegenstribbelt, ternauwernood. Als je hem later opzoekt in het ziekenhuis wacht je geen waardering, maar ijzige kritiek: Hij had zelfmoord willen plegen.
  20. Je bezoekt een avond van een beroemde paragnost en hij kiest jou eruit om iets over te vertellen. Eerst zegt hij wat algemene dingen welke op iedereen kunnen slaan. Je reageert daar wat lacherig op en hij eindigt met de opmerking: “U wacht een gevoelig verlies”. Je hoont hem weg en verlaat onmiddellijk de zaal. As je buiten komt blijkt je auto gestolen te zijn.
  21. Stel je voor: Je hebt net voor de wintersportvakantie de auto een APK-beurt laten geven en staat midden in de nacht op om vier uur te kunnen vertrekken, zodat je voor de te verwachten drukte uit bent. Je loopt met verende tred naar de auto en als iedereen ingestapt is wil de auto met geen mogelijkheid starten.
  22. Stel je voor: Je werkt bij een uitgeverij. Je hebt echter flinke mot met je collega’s en een bijzonder vervelende relatie met je baas. Je gaat daarom bij de concurrentie werken en bij het afscheid kraak je je collega’s en chef verschrikkelijk af. Als je echter een maand bij je nieuwe baas werkt blijkt dat deze een fusie aangaat met je oude werkgever. Even later word je duidelijk dat je weer met dezelfde collega’s en onder dezelfde chef moet werken.
  23. Stel je voor: Je wilt een lekkere Corsicaanse stoofpot koken. Het gerecht dient drie uur te sudderen en daarom begin je al vroeg in de middag. Het grote voordeel van een dergelijke stoofpot is dat als hij eenmaal opstaat je er dan niet meer naar om hoeft te kijken. Je gaat dan ook buiten zitten met een goed boek en genoeg te drinken voor de hele middag. Als je om vijf uur het gerecht op tafel wilt zetten heb je de indruk dat de lekkere lucht van de stoofpot niet zo sterk is als anders. Als je de pan op wil pakken merk je tot je ontzetting dat deze steenkoud is. Een blik in de pan is voldoende om je te laten zien dat het gas uitgewaaid (Het keukenraam en de keukendeur stonden vanwege het mooie weer wijd open) moet zijn.
  24. Stel je voor: Je doet voor de vijfde keer rijexamen, nadat je al vier keer heel lullig gezakt bent en na een paar minuten kom je bij een stoplicht dat op rood blijft staan. Je wacht op instructies van de rijdexaminator maar hij hult zich in een diep zwijgen. Na enkele minuten wil je voorzichtig optrekken en de kruising naderen. Bij de eerste centimeter die de auto de stopstreep overschrijdt, grijpt de examinator in en remt: Gezakt.
  25. Stel je voor: Je speelt al jaren bij dezelfde tennisclub en staat al sinds meerdere jaren tijdens de finale van de clubkampioenschappen tegen over dezelfde rivaal. Ieder jaar verloor je vernederend en je rivaal schroomde niet om verbaal nog wat zout in de wonden te wrijven. Dit jaar sta je echter dik voor in de winnende set. Je lacht al wat minzaam naar je rivaal en maakt al juichgebaartjes naar het publiek. Bij de stand 5 – 1 en 40 – 0 in jouw voordeel struikel je echter en verstuikt je enkel op zo’n manier dat je geen stap meer kunt verzetten.
  26. Stel je voor: je bent met pensioen en hebt in de loop van de jaren goed verdiend en hebt tevens een goed pensioen. De vloerbedekking in je appartement is volgens jou aan vervanging toe en je zoekt een nieuw tapijt uit. Als je dat vertelt aan je schoonzoon valt hij je scherp aan. De vloerbedekking is nog prima en kan heus nog wel enige jaren mee. Hij eindigt met het verwijtende: “Realiseer jij je wel dat dit allemaal afgaat van onze erfenis”?.
  27. Stel je voor: Je werkt al bijna vijfendertig jaar bij hetzelfde concern op dezelfde afdeling. Als je ineens aan iets anders toe bent, vind je binnen het concern bij een ander bedrijf een leuke baan. Je neemt de nieuwe baan met de verzekering dat als het je toch niet bevalt je weer terug kunt naar je oude baan. In je nieuwe functie vind je absoluut geen plezier zodat je na twee maanden sappelen weer terug gaat naar je oude baan. Dan blijkt het bedrijf waar je al zolang werkte met flinke verliezen te draaien. Besloten wordt personeel te ontslaan volgens de methode last in/first out. Tot je afgrijzen hanteren ze strak de regels en de computer bepaalt dat jij de eerste bent die eruit vliegt.
  28. Stel je voor: In je stamkroeg heb je een barkeeper waar je het heel goed mee kunt vinden. Hij is altijd geïnteresseerd in wat je allemaal meemaakt en leeft zowel in goede als slechte tijden erg met je mee. Je bent hem op een bepaald moment zelfs gaan beschouwen als een goede en oprechte vriend. Hij gaat echter ergens anders werken en als je hem na een paar weken weer ziet, kijkt hij je kort aan, schud zijn hoofd en loopt je als een vreemde straal voorbij.
  29. Stel je voor: Je hebt een afspraak bij de kaakchirurg in het ziekenhuis om half drie. Vlak voor de afgesproken tijd stap je de wachtkamer binnen. Deze blijkt echter uit te puilen van de wachtenden. Je telt in ieder geval vijfentwintig mensen. De moed zakt je in de schoenen en je vindt nog net een plaatsje om te zitten. Je zit echter nog geen minuut en dan komt de assistente binnen en noemt je naam op omdat je aan de beurt bent. Je snapt er helemaal niets van en grijpt deze buitenkans met beide handen aan. Je staat gretig op en smaalt nog een beetje minzaam naar iedereen die al langer zit te wachten. Dan tikt er iemand op je schouder en deze blijkt dezelfde naam te hebben als jou en hij is inderdaad aan de beurt.
  30. Stel je voor: Bij jou in de buurt woont een vrouw die al jaren met een flinke depressie kampt. Je spreekt haar regelmatig, hoort haar gejammer en geklaag aan en probeert haar in meerdere opzichten te steunen. Na enkele jaren knapt ze op en kom jij zelf in geestelijke problemen. Als je haar dan op een keer spreekt en vertelt over je ongemak zegt ze: “Goh, wat lastig zeg”, en loopt verder zonder je een blik waardig te keuren door.
  31. Stel je voor: Je gaat naar de hoeren en net voordat je hoogtepunt bereikt, breekt er echter een groot stuk van een kies af, waardoor je (je bent doodsbang voor de tandarts) een ongelofelijk slappe krijgt.
  32. Stel je voor: Je speelt in een voetbalploeg en speelt een derby tegen en in een naburige plaats. Je wint heel dik en vernedert de tegenstander met 0-8. Als je in de bar zit heb je het hoogste woord. Dan blijkt dat van de opponent geen een speler in de bar komt. Je ziet hierin een gebrek aan durf en beschouwt ze als slechte verliezers. Je trekt hierop nog een grotere mond open en kleineert de tegenstander op luide toon met fikse krachttermen. Meewarige blikken van omstanders pareer je met een superieure glimlach. Totaal bevredigd verlaat je de kantine en ga je naar huis. Dan hoor je de volgende dag toevallig dat de tegenstander van gisteren een barbecue had georganiseerd en dat daarom niemand van het team in de bar kwam.
  33. Stel je voor: Je krijgt op zaterdag een vriend en zijn vrouw op bezoek en je vertelt hen over de markt in het dorp waar je woont, omdat het er zo gezellig is en iedereen je zo hartelijk bejegent. Even later ga je met vriend en diens vrouw naar de markt. Daar word je echter koel, afstandelijk en als een volslagen vreemde behandeld door zowel de fruit- als bloemenman en weet jezelf absoluut geen houding te geven.
  34. Stel je voor: Je bent getrouwd en pleegt overspel mee een eveneens getrouwde man. Je hebt een geweldig goed contact met hem en vooral de seks is spetterend. Op een dag biecht je, geplaagd door schuldgevoelend, de relatie met die ander op aan je man. Deze is echter totaal niet verbaasd en maakt het nog erger door je toe te voegen dat hij zich heel goed in jouw gevoelens kan verplaatsen omdat hij eveneens een intieme relatie met die man heeft. Bovendien had deze man hem al verteld over de relatie tussen hem en jou.
  35. Stel je voor: Je wilt pasfoto’s laten maken in een pasfotoautomaat. Je gaat erin zitten gooit het geld er in en dan hoor je hard en duidelijk gelach en daarna valt het licht uit.
  36. Stel je voor: Je bekijkt op een dag de post en ontdekt tot je eigen verbazing in een neutrale envelop een hoeveelheid kinderporno. Als je het adres op de envelop nog eens goed bekijkt zie je dat deze aan je buurman gericht is die dominee is.
  37. Stel je voor: Je zit op een keer in de schouwburg en je gaat helemaal op in de voorstelling. Tot je verbijstering haalt je buurman zijn mobiele telefoon tevoorschijn en begint uitgebreid te kletsen over niets tegen een ander die klaarblijkelijk ook niets te melden heeft.
  38. Stel je voor: Je laat pasfoto’s maken bij een fotograaf. Als hij de camera instelt begint hij onbedaarlijk te lachen en is niet meer tot bedaren te brengen: Hij giert het uit. Je gaat kwaad naar de bedrijfsleider en als deze door de camera kijkt, krijgt ook hij de slappe lach.
  39. Stel je voor: In de plaats waar je woont, is een openluchtzwembad. Daar hebben ze de regel dat als je voor het begin van het seizoen een abonnement neemt, je dan een aanzienlijke korting krijgt. Je twijfelt een beetje totdat je hoort dat de plaatselijke helderziende, die als zeer betrouwbaar bekend staat, voor het seizoen een abonnement heeft genomen. Dan durf je de gok wel te wagen. Het wordt echter een totaal verregende zomer.
  40. Stel je voor: Je hebt een nieuwe videorecorder en TV gekocht en hebt een middag vrij genomen om deze aan te sluiten en de zenders in te stellen. Je bent uren in de weer, maar het lukt je, mede dankzij een onduidelijke gebruiksaanwijzing, absoluut niet. Je raakt steeds geïrriteerder, belt buiten zinnen de winkel op waar je de apparaten gekocht hebt, gaat flink tekeer en dan zegt de winkelbediende doodleuk dat juist die middag het kabelnet eruit ligt vanwege onderhoudswerkzaamheden.
  41. Stel je voor: Je droomt al tientallen jaren van een mooi huisje buiten en je laat je droom uitkomen als je voor een scherpe prijs een leuk boerderijtje koopt. Je verbouwt deze van kelder tot nok en bent daar negen jaar druk mee. Als je klaar bent en op een avond in het donker door de tuin scharrelt, struikel je over wat puin en komt vervelend op je rug terecht. Bepaalde zenuwfuncties zijn uitgevallen en daardoor ben je hulpbehoevend geworden en komt in een verzorgingshuis terecht.
  42. Stel je voor: Je bent op vakantie in Duitsland en probeert met de auto bij een idyllisch gelegen meertje te komen. De weg erheen is echter officieel verboden voor auto’s. Er bevindt zich aan het begin van die weg een slagboom die echter open staat. Je besluit het er op te wagen, maar als je aan het eind van die middag terug wilt rijden is de slagboom dicht.
  43. Stel je voor: Je jat een jonge rododen’dron uit het bos en zet deze in je tuin. Je krijgt na jaren toch spijt van je daad en besluit de inmiddels gegroeide struik terug te zetten in het bos. Als je daarmee bezig bent, komt juist de boswachter voorbij. Als je het hem uitlegt gelooft hij niets van je verhaal en trakteert je op een flinke bekeuring.
  44. Stel je voor: De stroom valt uit in je huis en je belt een storingsmonteur. Deze komt echter na een uur nog steeds niet opdagen. Je belt nog een keer, al enigszins geïrriteerd, en ze zeggen dat je snel aan de beurt bent. Je wacht weer anderhalf uur, maar weer komt de monteur niet opdagen. Nu begin je je helemaal te ergeren en belt weer en op een enigszins verwijtende toon. Het helpt, ze zeggen dat er iemand onderweg is. Een uur later is hij er echter nog steeds niet. Nu word je pas goed boos. Je belt weer op en begint nu te schelden. Dat helpt. Een half uur later stapt de ook geïrriteerde monteur je huis binnen. Precies op dat moment doet de stroom het weer.
  45. Stel je voor: Je bent op vakantie in het buitenland en besluit een grote stad te bezoeken. Je bent met de auto en omdat er geen parkeerruimte is in de binnenstad parkeer je deze in een buitenwijk. Na een vermoeiende slenterdag weet je absoluut niet meer waar je jouw auto geparkeerd hebt en kunt hem met geen mogelijkheid terug vinden.
  46. Stel je voor: Je bent met je vrouw bij je baas op bezoek en het is een opgedirkt samenzijn, want er staat een grote druk op, je wilt er immers goed op staan bij je baas. Het is een vermoeiende geforceerde middag, maar alles gaat goed en je baas knikt je bij het afscheid nemen tevreden toe. je bent zo blij dat als je baas en zijn vrouw je buiten uitzwaaien je heel enthousiast en langdurig toetert. Tot je afgrijzen word je echter na enkele meters verder en nog net in het zicht van je baas en zijn vrouw aangehouden en bekeurt door de politie vanwege het ongeoorloofd gebruiken van de claxon. In de achteruitkijkspiegel zie je nog net je baas hoofdschuddend weer zijn huis binnen gaan.
  47. Stel je voor: Je krijgt nieuwe buren en je gaat voor het eerst bij ze op bezoek. Je betreedt de kamer en ziet een sfeervolle en stijlvolle inrichting op één ding na. Op een prominente plaats hangt een slordige kindertekening. Je wilt een beetje populair doen en je zegt: “Mooie kamer, maar wat doet dat gedrocht daar”, terwijl je op de tekening wijst. Enigszins ontdaan zegt je nieuwe buurman: “Dat is de tekening die onze dochter maakte op de dag dat ze verongelukte”.
  48. Stel je voor: Je hebt een slecht gebit en bent al zo vaak bij de tandarts geweest dat je het helemaal gehad hebt. Om er definitief vanaf te zijn, besluit je alle tanden en kiezen te laten trekken en een kunstgebit te nemen. Na het plaatsen van het kunstgebit doe je tevreden en gerustgesteld voor de laatste keer de deur van de tandartspraktijk achter je dicht. Dan blijkt echter na enkele dagen dat je last krijgt van een kaakontsteking en deze blijkt chronisch, zodat je toch nog vele jaren naar de tandarts toe moet.
  49. Stel je voor: Je houdt er van om in een restaurant te eten waar het gezellig druk is. Je bespreekt op een doordeweekse dag een tafeltje en aan de telefoon doen ze een beetje moeilijk in de trant van: Kijken of we nog een tafeltje kunnen vinden. Je hebt je er helemaal op verheugd om te dineren in een gezellige ambiance en dan blijk je na aankomst de enige klant te zijn.
  50. Stel je voor: Je wilt een bank overvallen en steelt daarvoor een auto en voorziet deze vanwege de herkenbaarheid van een vals kenteken. Als je onderweg naar de bank bent, word je echter aangehouden door de politie. Wat blijkt: Je hebt hetzelfde kenteken uitgekozen te hebben als die van het boodschappenautootje van de vrouw van een van de agenten.
  51. Stel je voor: Je mag je graag in vrouwenkleren hullen. Vooral het in damesondergoed ronddartelen geeft je veel plezier. Op een avond als je vrouw weg is trek je haar ondergoed aan en loopt lekker nuffig te tutten door de woonkamer. Je hebt alle gordijnen dichtgedaan alleen die van het raam welke uitkijkt op de besloten tuin heb je open gelaten, omdat je het opwindend vindt jezelf te zien in vrouwenkleren. Tot je afgrijzen wordt er op dit raam kort maar duidelijk geklopt. Je tuurt in het donker en ziet alleen maar een schim weglopen en weet absoluut niet wie dat was.
  52. Stel je voor: Je koopt een nieuwe jas en als je ‘s avonds met vrienden uitgaat, laat je deze trots zien. Als je aan het eind van de avond moe en tegelijkertijd enigszins aangeschoten naar huis wilt, blijken er vijf jassen aan de kapstok te hangen die er ongeveer net zo uitzien als de jouwe. Alle zakken van die jassen zijn leeg en je weet totaal niet meer welke de jouwe was.
  53. Stel je voor: Je vertrekt midden in de nacht op weg naar de wintersport. Je hebt een bijna lege tank vanwege de lagere benzineprijs in Duitsland, want je hebt op de routekaart van de ANWB net over de grens een tankstation zien staan. Als je daar na een uur rijden terecht komt blijkt het een tankstation in aanbouw te zijn. Het volgende tankstation is vijf en negentig kilometer weg. Je hebt geen reservetankje en alle plaatselijke tankstations (het is vier uur ‘s nachts) zijn nog gesloten.
  54. Stel je voor: Je hebt altijd last van je maag en darmen en er wordt besloten een scan te laten maken. Je ligt nog geen halve minuut en bijna hyperventilerend vanwege de benauwdheid in de scan als het licht en de stroom uitvalt.
  55. Stel je voor: Je gaat naar een concert in Amsterdam en zet de auto in een parkeergarage. Als je midden in de nacht de parkeergarage wilt verlaten blijft de slagboom, die bij het uitrijden automatisch omhoog moet gaan, naar beneden en is er geen personeel meer aanwezig.
  56. Stel je voor: Je speelt in een sportploeg en als je een kind krijgt wordt je wel gefeliciteerd, maar ze doen er verder niets aan. Dat is echter heel anders als iemand anders uit het team een kind krijgt. Dan wordt er een ooievaar in de tuin gezet een krentenwegge aangeboden en een foto in de krant geplaatst.

100.Stel je voor: Een vriend geeft je een zelfgebrande cd van een onbekende groep. Een week later ga je met die vriend naar een voetbalwedstrijd
en voor de vorm, je hebt cd nog niet beluisterd, zeg je dat het een leuke cd is.
Op dat moment draait je vriend in de auto een cd. De muziek doet je bijzonder plezierig aan en je vraagt je vriend welke groep dit eigenlijk is. Dan blijkt dat de groep te zijn van welke hij je vorige week een kopie gegeven heeft.

  1. Stel je voor: Je bent voor de eerste keer op bezoek bij je aanstaande schoonouders. Je moet heel nodig naar de wc en produceert een behoorlijke hoeveelheid uitwerpselen. Als je de wc door wil trekken doet hij het niet meer en aangezien jouw vriendin net even weg is, heb je geen andere keus dan je schoonouders erbij te vragen.
  2. Stel je voor: Je hebt op je werk een collega waar je een gloeiende hekel aan hebt. Je kunt hem domweg niet uitstaan. Als je een keer een feestje hebt van je werk, gaat je bloedeigen vrouw opzichtig en heel overdreven flirten met die kwal, waarbij beiden je meerdere malen hooghartig en minachtend bekijken.
  3. Stel je voor: Je mag graag stoer doen tegenover je vrienden en tijdens een uitje zet je jouw splinternieuwe auto pontificaal stil op een spoorwegovergang en zet de motor uit. Je vrienden vluchten de auto uit. Jij blijft echter zitten en doet of er niets aan de hand is. Als er in de verte een trein nadert gaap je nog een keer opzichtig en op het laatste moment draai je het sleuteltje om, maar dan blijkt de motor dienst te weigeren.
  4. Stel je voor: Je bent al zolang jij je kunt herinneren psychotisch aangelegd en erg vatbaar voor geestelijk ongemak. Na zeer moeizame jaren op school word je tot je eigen verbazing aangenomen op de afdeling dagtherapie van een psychiatrisch centrum als begeleidend therapeut. Je werk bevalt je en het valt je wel op dat je zo weinig hoeft te doen. Na tien jaar ontdek je héél toevallig in de pc van je chef dat je ouders al die jaren je salaris hebben betaald en dat je ingeschreven staat als patiënt en niet als werknemer.
  5. Stel je voor: Je komt in het bos een oude vrouw tegen, die je inschat als hoogbejaard. Ze loopt wat moeilijk en wankelt zo’n beetje vooruit. Als je vraagt of het gaat, begint ze een heel betoog met allerlei klachten. Om het wat te sussen zeg je goedmoedig: “Ach ja, u moet maar zo denken, ik ben geen 60 meer”, en dan blijkt ze 59 jaar oud te zijn.

106.Stel je voor: Je bent de enige begeleider van een groep verstandelijk gehandicapten die een dagje uit gaan. Als je onderweg naar een kermis over straat loopt, spreekt een vreemde iemand uit de groep aan in de veronderstelling dat deze de begeleider is.

107.Stel je voor: Je neemt voor het eerst op vakantie je bankpas mee die ook in het buitenland geschikt is om geld mee op te nemen. Je hebt bijna geen geld meer en besluit in het weekend in een grote plaats te gaan pinnen. Je hebt van tevoren gezorgd voor meer dan genoeg saldo en dan verschijnt de verschrikkelijke mededeling: Saldo niet toereikend.

108.Stel je voor: Je bent getrouwd en je hebt een maîtresse. Je besluit op een bepaald moment open kaart te spelen met je vrouw en zij wil je maîtresse graag ontmoeten. De dames kunnen het goed vinden en worden zelfs goede vriendinnen. Zo erg zelfs dat ze lesbisch blijken, samen gaan wonen en trouwen.

109.Stel je voor: Je bent jarig en viert je verjaardag ’s avonds. Je haalt ’s morgens gebak en zet dat mooi uitgestald op een schaal in de kelder. Als je ’s avonds je gebakjes wilt pakken blijken ze allemaal aangevreten te zijn door muizen.

110.Stel je voor: Je hebt op een dag met heel veel moeite (moeizaam laddergedoe) alle ramen aan de buitenkant schoongemaakt. Dan gaat de volgende dag de buurman stenen op maat zagen voor het terras, waardoor grote stuifwinden van gruis ontstaan welke jouw kant op waaien.

111.Stel je voor: Je wilt je vriendin romantisch ten huwelijk vragen op het hoogste punt van het reuzenrad tijdens een kerstkermis op oudejaarsavond om twaalf uur. De exploitant zegt toe het rad even stil te zetten op het punt dat jullie het hoogste zweven. Hij doet het, maar op het moment dat je net op de knieën wilt vallen om je aanzoek te doen valt op de hele kermis de stroom uit en de storing zal nog vele uren duren.

112.Stel je voor: Je gaat drie weken naar Spanje en het enige wat je wilt is zo bruin mogelijk thuis komen, zodat anderen jaloers op je teint zullen worden. Je brengt ieder moment dat je kunt op het strand door en krijgt inderdaad een prachtige teint. Op de dag dat je naar huis gaat word je echter ziek. Een vervelende variant van geelzucht treft je, waardoor je er niet bruin maar geel uit komt te zien.

113.Stel je voor: Het is hoogzomer en snikheet. Alleen buiten in de schaduw en wind is het enigszins uit te houden. Je bent jarig en installeert alles onder een paar hoge bomen en verheugt je op een heerlijke zomeravond. Net als de eerste gasten arriveren, begint de buurman, waarmee je al jaren een behoorlijke ruzie hebt luttele meters van je zojuist ingericht terras hout te zagen en hij maakt daarbij een verschrikkelijke herrie. Je kijkt naar de stapel die hij nog moet zagen en ziet tot je afgrijzen dat deze metershoog is.

114.Stel je voor: Je zakt met een stel vrienden, allemaal in een kajak, een snelstromende rivier in de Ardennen af. Je treft langs het water een afgelegen verlaten oude boerderij, waar je je allemaal even opfrist. Je gaat nog even naar het toilet en zegt je vrienden vast te vertrekken want je haalt ze zo wel weer in. Als je het toilet binnenstapt doe je uit routine de deur achter je dicht en op slot. Als je deze echter weer wilt openen blijkt de deur muurvast te blijven zitten, terwijl er geen raampje in het toilet blijkt te zitten.

115.Stel je voor: Het is al jaren je ideaal om in een romantisch huis met een rieten kap te wonen. Na jaren sappellen en zwoegen en zoeken ben je eindelijk in de gelegenheid om een dergelijke villa aan te schaffen. Na enkele weken wordt echter je jongste zoon ziek. Na maanden dokteren, blijkt hij allergisch te zijn voor riet.

.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *